1. Flikkerende Wagonverlichting

Vooral bij twee-assige rijtuigen heb je vaak last van flikkerende verlichting door slecht contact met de rails. Ook de bekende donderbussen van de DB, die ik op mijn baan heb rijden, hadden hier last van.

Er zijn verschillende oplossingen voor te bedenken. Eén ervan is om koppelingen met elektrische contacten toe te passen. Dan heb je met twee van deze donderbussen 4 assen die stroom afnemen, in plaats van 2.
Bij mijn wagonnetjes heb ik een andere oplossing bedacht. In elke rijtuig is een elektrolytische condensator (1000 uF, 16 V) met een paar diodes en een weerstand ingebouwd. Het is veel goedkoper en werkt heel goed. Het schema is als volgt.

              

De condensator (10 mm rond, 20 mm lang) past goed in het dak. Een stukje plakband zorgt ervoor dat het niet naar beneden zakt. Met behulp van de vier dioden heb je altijd de juiste polarisatie op de condensator. Met de weerstand wordt de helderheid wat gedempt. Meestal is de verlichting in de rijtuigen veel te fel. Hier heb je meteen de gelegenheid om dit een beetje te temperen. Een 100 ohm weerstand gaf voor mij een mooie verlichting.

N.B. Als één van de lampjes defect raakt, dan zal het overgebleven lampje feller gaan branden!  Je kunt dit voorkomen door elk lampje een condensator met weerstand te geven. Door de lagere bedrijfsspanning zal het doorbranden echter lang niet zo snel gebeuren als daarvoor.

De componenten nemen nauwelijks ruimte in beslag (op de condensator na). Een stukje isolatieband om de diodes met weerstand (om kortsluiting te voorkomen) en klaar is Kees.

 

2. Bediening van Armseinen en Wissels

Hier wil ik het niet hebben over de magneetartikelen om de seinen en wissels om te zetten, maar over de stalen draden die in het grootbedrijf gebruikt werden (en nog steeds worden) om  seinen en wissels om te zetten.

Als je een baan hebt gebouwd in epoche III of eerder, dan zouden de wissels, armseinen, pannenkoeken (de bekende voorseinen van de DB) op jouw baan eigenlijk deze staaldraadbediening moeten hebben, althans het uiterlijk ervan. Behalve de steunen met katrollen, waarover de staaldraden lopen, worden ook kabelgoten gebruikt. Bij de haakse bochten van deze goten vind je dan putten met een stalen deksels om de katrollen e.d. te kunnen onderhouden.
Voor de modelbaan heeft de firma Conrad deze kabelgoten en service putten in haar assortiment. Dit zijn echter betrekkelijk eenvoudige onderdelen, gemakkelijk zelf te maken (de kabelgoten kun je b.v. maken van in de lengte doorgesneden rietjes en een putdeksel is eenvoudig te maken van een stukje plastic en wat verf).

          

Je kunt ook een combinatie maken van kabelgoten en bovengrondse staaldraden, zoals dat nog steeds in Emmerthal te zien is (aan de Weser). Als staaldraad kan je 0,2 mm wikkeldraad nemen (dunner is niet goed te hanteren). Nu moeten we nog iets verzinnen om dit draad netjes over steunen te laten lopen.
In het grootbedrijf zijn er diverse uitvoeringen voor deze steunen (Duitsland; DB). Verschillende vormen van dakjes die de katrollen tegen regen beschermen, verschillende breedtes, enz. Zie de foto's die genomen zijn in Emmerthal (oktober 2002).

Om dit na te bouwen voor de modelbaan, kun je b.v. een stukje messing spoorstaaf nemen (en in de lente doorzagen) of het inwendige van een kroonsteentje nemen. Dit laatste heb ik hieronder aangegeven. Met een 0,5 mm boortje heb ik gaatjes geboord op 1 mm afstand van elkaar, vervolgens het gedeelte met de schroefjes eraf gezaagd en twee koperen spijkertjes eraan gesoldeerd.

Voor het boren is wel een boor/freesmachine met kruistafel nodig (b.v. Proxxon, zie foto; als je zo'n ding hebt, kun je opeens heel veel andere dingen zelf maken, m.a.w. een goede investering).

Na de verkregen steunen op de tafel gespijkerd te hebben, rijg je het wikkeldraad (verkrijgbaar in de elektronica winkel) door de gaatjes . Omdat de tafel nog kaal was, kon ik met airbrush eenvoudig de draden in de gewenste kleur spuiten. Als je dit op een 'beklede' tafel gaat aanbrengen, dan zal je een stukje papier onder de draden moeten houden om je mooie begroeiing niet te verknoeien. Na het bestrooien van de baan met 'gras' met hier en daar wat 'onkruid' langs de baan, lijkt het net echt. Met een spaninrichting (zie de Conrad catalogus) langs de draden, is het geheel compleet.